Category

NV Zeedijk in de media

Interview Janny Alberts op Bouwstenen.nl

Janny Alberts, voormalige directeur van NV Zeedijk.

Op de website Bouwstenen.nl is een interview te lezen met voormalig NV Zeedijk-directeur Janny Alberts. Zij vertelt hoe NV Zeedijk al veertig jaar verschil maakt door de omgeving leefbaar te maken.

Ga naar Bouwstenen.nl of lees het hieronder.

Vastgoed hebben helpt

“Door vastgoed in eigendom te hebben, kan je echt sturen op de ontwikkeling van een wijk”, zegt Janny Alberts, voormalig directeur NV Zeedijk. “Gebruik dat vastgoed actief, kies je huurders en zit er dicht op. Daarmee kun je als gemeente echt het verschil maken.”

Janny Alberts, voormalige directeur van NV Zeedijk.

Janny Alberts, voormalige directeur van NV Zeedijk.

Herstel door ingrijpen

De Zeedijk zorgde lange tijd voor veel overlast. Janny: “Voordat wij in beeld kwamen, dacht de gemeente er serieus over na om een hek rond de wijk te zetten. De problemen waren te complex om alleen met handhaving op te lossen.”

“De gemeente heeft uiteindelijk besloten om geld te steken in een NV (naamloze vennootschap). Samen met banken is geld bijeengebracht en is een publiek-private samenwerking opgezet. Er zijn diverse panden gekocht om de buurt structureel te verbeteren. Wij beheren en ontwikkelen nu 154 panden in het gebied. Wij zijn daarbij teruggekeerd naar de oorspronkelijke structuur: bedrijvigheid in de plint en woningen daarboven.”

Actief sturen

Volgens Janny ligt er een belangrijke les voor gemeenten: “Wacht niet te lang en durf in te grijpen. Door zelf vastgoed in positie te brengen, kun je echt sturen op de ontwikkeling van een wijk. Dat vastgoed alleen beheren is niet genoeg. We kopen aan, knappen op en verduurzamen. Boven wonen mensen, onder zitten ondernemers die passen bij de buurt.”

“Je verdient zo’n aanpak niet direct terug in euro’s. Maar het levert wel waarde op voor de gemeenschap. Dat is precies waar maatschappelijk vastgoed om draait”, vertelt Janny. Ze ziet dat gemeenten vaak sturen op financiële prestaties, terwijl de echte opbrengst ergens anders zit. “De effecten zijn lastig meetbaar, maar je ziet ze wel. De buurt knapt op, vastgoedprijzen stijgen en bewoners voelen zich meer verantwoordelijk voor hun omgeving. Dat draagt direct bij aan veiligheid en leefbaarheid en vergroot de sociale cohesie in de buurt.”

Janny: “Bij het bezit van vastgoed werk je vanuit privaatrechtelijke afspraken, namelijk het huurrecht. Dat huurrecht biedt extra mogelijkheden bovenop het bestuursrecht. Maak daar gebruik van”.

Sturen via huurcontracten

De grootste invloed zit volgens Janny aan de voorkant: bij het kiezen van huurders. “Wij bepalen vooraf wat wij in de wijk willen hebben. Het ondernemingsplan koppelen wij direct aan het huurcontract. Zo sturen wij op de functies die bijdragen aan de buurt. Huurders selecteren wij op basis van wat de wijk nodig heeft. Als wij een bepaald type winkel willen behouden, met de huurcontracten zoals we met onze huurders hebben afgesproken, kunnen we andere invullingen weigeren.”

Ook juridisch sturen ze actief. Janny: “Via instrumenten zoals een indeplaatsstelling houden wij regie. Bij verkoop van een onderneming stemmen wij niet automatisch in met een nieuwe huurder. Zo bepalen wij wie zich daadwerkelijk vestigt. Door bewust te kiezen wie je wel en niet toelaat, blijft de balans in de wijk behouden. Zo borg je de maatschappelijke meerwaarde van je vastgoed. Veel gemeenten benutten die mogelijkheden nog onvoldoende. Terwijl je hiermee direct invloed hebt op het straatbeeld en de kwaliteit van een gebied.”

Aanwezig in de wijk

De Zeedijk in Amsterdam.

De Zeedijk in Amsterdam.

Een veilige wijk begint volgens Janny met aanwezigheid. “Wij zitten met ons kantoor midden in het gebied. Bewoners en ondernemers lopen makkelijk binnen en wij zien direct wat er speelt. Door niet vanachter ons bureau te beheren, maar juist door dichtbij te zijn, kunnen we snel schakelen en problemen klein houden.”

Die nabijheid vraagt om actief handelen. Janny: “Wij lopen dagelijks door de wijk. Als wij iets zien dat niet klopt, spreken we mensen direct aan. Dat lik-op-stuk beleid werkt. Je laat zien dat je betrokken bent en dat gedrag niet vrijblijvend is.”

Ook signalering speelt een grote rol. Janny: “Bij vermoedens van illegale verhuur vangen wij signalen snel op. Wij kennen de mensen en horen wat er speelt. Ook nodigen wij huurders uit en benoemen wat we zien. Vaak stopt het ongewenste gedrag dan meteen. Vanuit onze positie confronteren wij huurders soms ook met een gerucht. Wij zijn alleen de ‘boodschapper’. Wij wachten niet af tot iets ‘bewezen’ is.”

Investeer in relaties

Naast actieve aanwezigheid zet NV Zeedijk in op verbinding met de buurt. Janny: “Wij organiseren activiteiten en zijn ook langs die weg heel aanwezig. Daardoor bouwen wij een relatie op met bewoners en ondernemers.” Die relatie betaalt zich terug in de uitvoering. “Mensen werken sneller mee als ze je kennen. Dat merken we bijvoorbeeld bij verduurzaming. Projecten gaan soepeler en sneller, omdat er vertrouwen is. Projecten kosten daarmee ook minder geld.”

Volgens Janny betekent dit dat gemeenten niet alleen moeten sturen op stenen, maar ook moeten investeren in samenwerking en relaties. Taken die je als gemeente niet zelf kunt uitvoeren, kun je organiseren via constructies zoals statuten of aandeelhouderschap, zodat je wel betrokken en invloedrijk blijft. “Investeer vooral in contact. Goed beheer is óók maatschappelijk beheer. Juist dat maakt uiteindelijk het verschil in een wijk.”

NV Zeedijk heeft een waarden onderzoek laten uitvoeren door de Vrije Universiteit Amsterdam. Daaruit blijkt dat maatschappelijke waarde ook economische winst oplevert.

Meer informatie 

Website: NV Zeedijk
Rapport: De maatschappelijke meerwaarde van NV Zeedijk
Webinfo: Huur en medegebruik

Bezoek prinses Amalia aan Zeedijk in Het Parool

Kroonprinses Amalia op bezoek bij café 't Mandje op de Zeedijk.

Prinses Amalia en burgemeester Halsema bezochten op vrijdag 17 april de Zeedijk. Patrick Meershoek deed voor Het Parool verslag van het bezoek van de kroonprinses aan Amsterdam. Janny Alberts en Thomas van Bergen leidden hen rond en vertelden over het werk van NV Zeedijk.

Gepubliceerd op 17 april 2026. Het hele artikel lees je hier.

 

Prinses Amalia (22) op werkbezoek in Amsterdam:

Van café ’t Mandje op de Zeedijk tot Buurthuis Van der Pek in Noord

Met een tweedaags en overvol werkbezoek aan Amsterdam legde prinses Amalia een proeve van bekwaamheid af voor het vak dat zij mogelijk in de toekomst zal uitoefenen. Daarbij kreeg ze af en toe wat hulp van de burgemeester. ‘Waar we echt heel goed in zijn is feesten en lekker eten.’

Dit artikel is geschreven doorPatrick MeershoekGepubliceerd op 17 april 2026, 19:21

De vraag was vier weken geleden of Buurthuis Van der Pek een buitenlands staatshoofd wilde ontvangen als onderdeel van een staatsbezoek. “Ik had meteen een fantasie over een Afrikaanse koning in zo’n traditioneel gewaad,” vertelt coördinator Liza Mulder van het buurthuis in Noord. “Een beetje zoals Eddie Murphy in Coming to America. Maar het bleek toch om iemand anders te gaan.”

Want het is prinses Amalia die deze vrijdagmiddag in het buurthuis zit om zich te laten bijpraten over de ontwikkelingen in Noord. Onderwerp van gesprek is de groeiende tweedeling in het stadsdeel, waar heel veel wordt gebouwd. “Alles wat nieuw is krijgt alle aandacht,” spreekt bewoner Selli Altunterim zijn zorgen uit. “Dat geldt voor mensen, huizen en buurten.”

Amalia wordt op de voet gevolgd door fotografen, verslaggevers en royaltywatchers

De prinses luistert, knikt en stelt af en toe een vraag. Voor haar op tafel staat een alcoholvrije mojito waarvan ze af en toe een slok neemt. Binnen en buiten het buurthuis staat een ongelooflijke hoeveelheid lekker eten te wachten. “Er zijn hier activiteiten voor alle bewonersgroepen,” had Mulder al verteld. “Maar waar we echt heel goed in zijn is feesten en lekker eten.”

Kriskras door Amsterdam

Het bezoek aan Noord maakt deel uit van een tweedaags werkbezoek van de 22-jarige kroonprinses aan Amsterdam. Het is een overvol programma, waarvoor Amalia met haar beveiligers kriskras door de hoofdstad gaat, op de voet gevolgd door een klein leger van venkele tientallen fotografen, verslaggevers, royaltywatchers en cameraploegen, die elk onderdeel van het bezoek vastleggen.

Dat geeft het geheel iets van een proeve van bekwaamheid. De Caraïben in het Amazonegebied kennen de mierenproef, een overgangsritueel waarbij de adolescent leert omgaan met de pijn en de stress van het volwassen leven. Het Koninklijk Huis stuurt de jonge kroonprinses in haar eentje naar Amsterdam om zich daar, in het diepe, verder te bekwamen in het vak dat zij in de toekomst mogelijk zal uitoefenen.

Ga er maar aan staan: twee dagen lang van hot naar her worden gesleept. En overal waar Amalia uit de auto stapt, staan mensen te wachten met een velletje met aantekeningen in de hand om meer te vertellen over hun projecten, hun zorgen of hun werk. En twee dagen lang moet de prinses belangstelling opbrengen, luisteren en lachen wanneer er een snaakse opmerking wordt gemaakt.

Opwinding en nervositeit

Het gaat haar helemaal niet slecht af. Amalia oogt tamelijk ontspannen en dat is een prestatie van formaat gezien de omstandigheden en de opwinding en nervositeit die overal aanwezig zijn. Het is wel de prinses die komt binnenwandelen, en niet de man die de kopieermachine komt repareren. Amalia lijkt dat te snappen en legt geregeld een hand op een arm om de andere partij op het gemak te stellen.

De prinses wordt daarbij bijgestaan door burgemeester Femke Halsema, die bijna iedereen persoonlijk lijkt te kennen en die, als het gesprek een enkele keer dreigt stil te vallen, met een vraag, een opmerking of een grap de zaak weer vlot trekt. Het is een stormbaan voor Amalia, dat hele werkbezoek, maar de ervaren burgemeester laat haar gast niet alleen rennen, klimmen en springen.

Zo ging het eerder op de dag ook op de Zeedijk, waar de prinses door oud-voorzitter Janny Albers van de NV Zeedijk werd meegevoerd over de opgeknapte en opgehipte straat waar nog steeds alle lichte en donkere verlangens, van Fristi tot fetish, in vervulling kunnen gaan. Voor de gelegenheid was de straat nog eens goed gebezemd en voorzien van Nederlandse en Amsterdamse vlaggen.

Bij radiostation Studio Zeedijk mocht Amalia een plaat aanvragen.
Dat werd ‘Amsterdam’ van Maggie MacNeal

Aan de gevel van café ’t Mandje wapperde de regenboogvlag. Binnen kreeg de prinses van exploitant Guido Leguit en voormalig eigenaar Diana van Laar uitleg over de rijke historie van de kroeg en het kleurrijke karakter van oprichter Bet van Beeren. “Een hoop lawaai en een groot hart,” vertelde Van Laar over haar tante. Leguit: “Bet hield van het Koningshuis. Het portret van Wilhelmina bleef gewoon hangen in de oorlog.”

(Het verhaal gaat onder de foto verder.)

Kroonprinses Amalia op bezoek bij café 't Mandje op de Zeedijk.

Prinses Amalia bracht ook een bezoek aan café ’t Mandje. foto Mischa Schoenmaker/ANP

Lintje doorknippen

Tijdens het bezoek aan radiostation Studio Zeedijk (“Wij dachten aan Emmanuel Macron of Friedrich Merz”) belandde Amalia meteen in de uitzending. Ze mocht ook een plaat aanvragen en dat werd, heel verstandig, Amsterdam van Maggie MacNeal. Met het bezoek ging ook de nieuwe studio officieel open.

Maarten Brouwer: “We hebben nog gevraagd of de prinses misschien nog even een lint wilde doorknippen, maar dat kon niet vanwege het protocol.” Buiten op straat lieten de mensen zich minder gelegen liggen aan dat protocol. “Je bent een knappe meid hoor,” riep een vrouw keihard en meer moederlijk dan onderdanig voor de deur van toko Dun Yong.

Om 18.00 uur neemt Amalia afscheid van de mensen in het buurthuis in Noord. Er worden handen geschud, foto’s en filmpjes gemaakt en er wordt doeidoei geroepen. De prinses gaat vrijdagavond nog met de politie op stap. In het buurthuis wordt opgeruimd en nagekaart. Buiten laat Ryan (12) tevreden een velletje papier zien. Geen handtekening van de prinses, wel een krabbel van haar bodyguard.

 

Interview Janny Alberts gemeente Amsterdam


In verband met de overdracht van het directeurschap van Janny Alberts aan Thomas van Bergen heeft de gemeente Amsterdam Janny geïnterviewd.

Janny Alberts werkt sinds 1999 voor NV Zeedijk. De afgelopen jaren heeft zij zich met enthousiasme ingezet en speelde zij een belangrijke rol in de verbetering van de Zeedijk en omgeving. “Met vastgoed kan je ook iets goeds doen voor de buurt. Maar dat moet je wel organiseren.” Na 20 jaar neemt ze afscheid als directeur.

NV Zeedijk is in 1985 opgericht om de achteruitgang van de Zeedijk te stoppen. De organisatie koopt, verbetert en verhuurt gebouwen in het centrum van Amsterdam. Zo werken ze aan een mooier en beter gebied. Op dit moment heeft NV Zeedijk 157 gebouwen, zoals woningen, winkels, horecagelegenheden en culturele plekken.

Het gaat om balans
“Een doorsnee vastgoedbedrijf is vooral geïnteresseerd in het geld wat de panden opbrengen. Maar daar koop je geen leefbare buurt voor. Het levert vooral vaak een heel eenzijdig winkelaanbod op. En daarmee ook een eenzijdigheid van het publiek, met name toeristen. Het is niet erg om 1 seksshop te hebben, maar 7 is teveel. Het gaat allemaal om de balans tussen wonen, werken en bezoekers.“

Vastgoed als middel
“Met NV Zeedijk willen we de buurt leefbaar, divers en aantrekkelijk houden voor bewoners, ondernemers en bezoekers. Ook willen we de historische en culturele waarde van de Zeedijk en binnenstad behouden. Bij de verhuur van bedrijfspanden kijken we onder andere welk publiek het aantrekt. Zo hebben we nu bijvoorbeeld een aantal bedrijfjes waar Amsterdamse jongeren op af komen. Die hebben nu iets te vinden in de buurt.”

Een praatje bij de bakker
“Een leefbare buurt begint met dat het schoon, heel en veilig is. Maar elkaar kennen en herkennen is ook heel belangrijk. Dat je op straat of bij de bakker een praatje kan maken met iemand die je kent. Activiteiten in en van de buurt zorgen ook dat mensen elkaar ontmoeten. Een mooi voorbeeld is Radio Zeedijk. Dat is zo leuk. Als zij radio aan het maken zijn, staat de deur open en komt jong en oud uit de buurt langs.
Het past bij de buurt. Net als het beroemde café ’t Mandje. Dat bestaat al 100 jaar, dat kan je toch niet naar de verdoemenis laten gaan? Dat hebben we gekocht en verbouwd. En ook bijvoorbeeld de Hartjesdagen horen bij de culturele identiteit van de Zeedijk.”

Iedereen een bezem
“Ik vind het fijn om een huurcontract af te sluiten met iemand die zelf in de winkel staat. Want die kennen we en kunnen we aanspreken. Met elkaar samenleven betekent ook rekening houden met elkaar en eigen verantwoordelijkheid nemen. Voor bijvoorbeeld het schoonhouden van omgeving. Dus geen illegaal afval op straat, of stinkende sportschoenen in het trappenhuis. Iedere huurder krijgt van de NV een bezem. Dat is duidelijk en begrijpt iedereen.”

Kansen geven
“Een vastgoedeigenaar zal geneigd zijn hoge huren te vragen. Waardoor jongeren, kunstenaars, startende ondernemers en mensen met kleine beurs geen kans krijgen. Terwijl juist die diversiteit van mensen de buurt kracht, energie en dynamiek geeft. Anders krijg je weer te veel van hetzelfde. Daarom moeten we toezien op een mix van verschillende huren, zodat iedereen een kans heeft. “

Het is gewoon mooi werk
Janny Alberts ontving in november de Andreaspenning voor haar jarenlange inzet voor een leefbare binnenstad. “Sinds 1 maart is Thomas van Bergen de nieuwe directeur. Maar ik blijf komen in de binnenstad, ik hou van de stad. Het is gewoon mooi werk.”

Lees het artikel op de website van gemeente Amsterdam hier.

Artikel Volkskrant over werkwijze NV Zeedijk

Dit weekend verscheen er een artikel in de Volkskrant, met een interview met Janny Alberts. Over grip op vastgoed door het sturen op branchering, leefbaarheid en leefomgeving, en over sociale cohesie.
Dit artikel is geschreven door Elsbeth Stoker, zij is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.
Gepubliceerd op 30 januari 2026. Het hele artikel lees je hier in de Volkskrant

Janny Alberts maakte van de Zeedijk haar levenswerk: ‘Als mensen die hier wonen bang worden op straat, is dat het failliet van je binnenstad’

Al veertig jaar werkt NV Zeedijk aan het herstel van de historische Zeedijk in Amsterdam. Met succes. En haar methode kan ook in andere wijken steden werken, zegt vertrekkend directeur Janny Alberts.

Janny Alberts op haar geliefde Zeedijk. Bron Lin Woldendorp voor de Volkskrant.

Het interview is nog geen tien minuten bezig als Janny Alberts (67) zegt: ‘We staan op een kantelpunt, een moment waarop we weer terug dreigen te gaan in de geschiedenis.’
De directeur van de NV Zeedijk zit op de zolder van haar kantoor in de historische binnenstad in Amsterdam. Hier is de afgelopen veertig jaar gewerkt aan het herstel van de Zeedijk, een van de oudste stukjes Amsterdam. In de jaren tachtig gold dit gebied, grenzend aan de Wallen, de Prins Hendrikkade en de Nieuwmarkt, als no-goarea.
‘Overal liepen heroïnejunks, panden waren verkrot. De postbode durfde er niet te komen’, zegt Alberts. ‘De gemeente had het gebied opgegeven, wilde er een hek omheen zetten. Maar een enkele bewoner en ondernemer zaten er nog. Zoals tante Aal van café Groningen. Ze is niet meer onder ons, maar zei altijd: ‘Ik heb me niet laten wegjagen door de Duitsers en ik laat me ook niet wegjagen door de junks.’ Zij en een groep anderen hebben in 1983 het stadhuis bezet, waspoeder rondgestrooid alsof het heroïne was en actie geëist.’
Die actie kwam er in 1985, in de vorm van NV Zeedijk, een naamloze vennootschap gefinancierd door de gemeente en banken. Meer dan 150 monumentale panden werden opgekocht en opgeknapt. Huurders en ondernemers werden zorgvuldig geselecteerd. Er werden buurtbrunches georganiseerd en hartjesdagen – een feest waarbij mannen verkleed gaan als vrouwen en vrouwen als mannen.
Inmiddels staat de Zeedijk te boek als een geliefd stukje binnenstad. Niet alleen heeft het strategisch opkopen en beheren van vastgoed door N.V. Zeedijk een positief effect gehad op de sfeer, ook de waarde van nabijgelegen panden ligt een stuk hoger dan elders in de buurt, variërend van 17 tot 27 procent, aldus recent onderzoek van de Vrije Universiteit.

Een rustige dag op de Zeedijk. Bron Lin Woldendorp voor de Volkskrant.

Maar tegelijkertijd dreigt het succes te verdampen: agressieve dealers zorgen in toenemende mate voor overlast in het Wallengebied, en dat merken ze ook op de Zeedijk. Laatst nog zag Alberts hoe een dealer een stelletje overhaalde iets te kopen. ‘Zo’n verliefd stelletje dat twijfelde. Druk pratend trok de dealer ze een steegje in. In no time stond de tweede dealer erbij. Op een hoekje keek ik ernaar. Opeens stond nummer drie pal voor mijn neus, om mij weg te jagen. Vroeger kon je dealers vragen: ga even ergens anders staan. Nu niet meer. Het is strak georganiseerd, en ze gaan intimiderend te werk.’
Afgelopen zomer schreef burgemeester Femke Halsema in een brief aan de gemeenteraad dat dit een ‘lastig, zo niet onmogelijk’ op te lossen probleem is zolang de toeristen blijven komen en er niet meer agenten, handhavers en hulpverleners beschikbaar zijn.
Ook Alberts erkent dat er ‘onmogelijk nóg meer politie in dit gebied gepompt kan worden’. Maar, waarschuwt ze, ‘als deze ontwikkeling zich doorzet en mensen die hier wonen en werken bang worden op straat, ben je bezig met het failliet van je binnenstad.’
Alberts is een optimistische, kordate verschijning. In 1999 begon de voormalige kraker – ‘Ik kan daardoor heel goed timmeren en lassen’ – bij NV Zeedijk. Aanvankelijk als secretaris, sinds 2007 als directeur. In maart zwaait ze af, al zal ze blijven werken als adviseur.

Aan de vooravond van uw vertrek ziet u het Wallengebied weer afglijden. Is het tij te keren?
‘De politie en de gemeente doen hun stinkende best, maar zolang er toeristen blijven komen, zal het probleem van agressieve dealers er ook zijn. Tegelijkertijd worden die gevoelens van onveiligheid bij bewoners niet alleen door de dealers veroorzaakt, maar ook door al die viezigheid op straat, en al die opengetrokken vuilniszakken.’
En daar kan de gemeente in haar ogen wél meer in doen.
Tijdens een wandeling door het Wallengebied laat Alberts zien waar het wel en niet goed gaat in dit deel van Amsterdam. En ze vertelt wat de impact is van NV Zeedijk, en waarom deze werkwijze ook geschikt is voor andere wijken en steden waar de leefbaarheid onder druk staat.
‘Dít’, zegt ze hoofdschuddend, ‘vind ik dus niet kunnen.’ Alberts staat stil bij de Oude Kerk, bij een stapeltje vuilniszakken, met daarnaast afgedankte huisraad. ‘Daarom sponsoren we de vrijwilligers van Wallen Schoon, opgericht door een inmiddels 80-jarige Amsterdammer. Ze maken de straten schoon, omdat de gemeente tekortschiet.’
‘Soms doen ze dat op een manier die formeel niet mag’, zegt Alberts. ‘Als een fiets staat te verkrotten, binden ze er een strikje omheen. Staat die er weken later nog, dan slijpen ze het slot open en halen ze hem weg. Deze burgerlijke ongehoorzaamheid vind ik fantastisch. Daarom sponsoren wij de slijptol.’
Wil je het tij te keren, dan moet je investeren in ondernemers en bewoners die ‘het vuur hebben’ er iets van te maken, heeft Alberts ervaren. ‘In een straat met veel sociale cohesie voel je je veilig, je kent en herkent elkaar. Op de plekken waar wij actief zijn, zitten we daarbovenop.’

Hoe beheer je sociale cohesie via vastgoed?
‘Wij werken volstrekt anders dan de corporate wereld. Wij proberen langdurig te investeren in mensen. Dat doen we door ons vastgoed heel actief te beheren. We kennen iedereen en we handhaven consequent op de afspraken.
‘Die moet de bewoner even achter het pand zetten’, zegt ze als ze een fiets ziet staan tegen een pui van een van ‘haar’ panden. ‘Dat geef ik zo even door.’ En even later: ‘Oh, en in die etalage hoort nu licht te branden.’
Het basisprincipe, vervolgt Alberts, ‘is best simpel. Eigenlijk lijkt het op het beheren van een school. In een klas kan je misschien drie kinderen aan met een rugzakje, maar zeven is te veel. Eén badeendjes-, Nutella- of stroopwafelwinkel is niet erg. Maar heb je er tien, dan is het een probleem. Je bent voortdurend aan het zoeken naar de juiste balans, een goede wisselwerking tussen bewoners, bezoekers en ondernemers, waarbij ook ruimte is voor zorgzaamheid.’
Hoe die balans er precies uitziet ‘is lastig te grijpen’, zegt Alberts. ‘Het klinkt soft, maar als je hier op de Zeedijk loopt, heb je waarschijnlijk een ander gevoel dan in menig andere straat in de binnenstad. Schoner, fijner, veiliger.’
Wil je bij NV Zeedijk een woning huren, dan begint dat met een motivatiebrief. Vervolgens kijkt Alberts team van vijf mensen of je in het bewonersprofiel past dat de buurt op dat moment nodig heeft. ‘Soms hebben we bijvoorbeeld een lichte voorkeur voor ouderen.’
Kandidaten worden vervolgens blind getrokken. Iedereen moet in aanmerking kunnen komen, is het idee. ‘Bijna alles wat we verhuren is monumentaal, dus we zouden de prijzen flink omhoog kunnen gooien. Maar we proberen de helft sociaal te houden.’

Een platenzaak op de Zeedijk heeft een eclectische collectie. Bron Lin Woldendorp voor de Volkskrant.

Ook ondernemers gaan door een ballotage. Vooraf moeten ze een ondernemingsplan indienen, inclusief foto’s en moodboard. Die wordt aan het contract geniet, zomaar daarvan afwijken is niet toegestaan. ‘Gebeurt dat wel, dan kunnen we ze daarop aanspreken en eventueel juridische actie ondernemen.’
Datzelfde geldt voor onderhuur: ook dat is verboden, net als rolluiken, die als ze ’s avonds gesloten zijn het gevoel geven dat de buurt uitgestorven is. Bovendien moet er altijd licht schijnen uit de etalages, zijn tv’s in cafés niet toegestaan, en is goedkoop indrinken tijdens happy hours in Alberts’ panden er allang niet meer bij.
Iedere huurder krijgt daarnaast een bezem cadeau. Want, is Alberts’ overtuiging: schoon blijft langer schoon en viezigheid trekt meer troep aan. Iedereen is daarvoor verantwoordelijk, vindt ze. Om die reden heeft NV Zeedijk ook een schilder in dienst, om te zorgen dat vandalistische graffiti zo snel mogelijk wordt verwijderd.
‘Ik wil het liefst dat de ondernemer zelf achter de toog staat, zodat deze ogen en oren heeft in de buurt. Wat je in de binnenstad veel ziet is dat een hoofdhuurder onderverhuurt aan iemand die het wéér onderverhuurt. De sloebers onderaan moeten voor die bovenste twee lagen ook geld verdienen. Dan ga je iets verkopen waarvan je denkt dat toeristen het willen.’

Hoe selecteer je welke ondernemer bij NV Zeedijk mag huren?
‘We kijken welk publiek je wilt aantrekken. Wij kijken daarom naar ondernemers die elkaar versterken, die bepaalde communities aantrekken. We verhuren aan kledingmerken zoals Patta, New Original en Smib, dat ook het Smibanese woordenboek voor straattaal heeft uitgegeven. Door zo’n pukkeltje van winkels te creëren, trek je een bepaalde groep, in dit geval jongeren, die zich verbonden voelen met de Amsterdamse straatcultuur.’
Uiteindelijk wil Alberts op de Zeedijk weerspiegeling zien ‘van wie we als Amsterdam zijn, maar ook van wie we waren’. Een open stad, waar ruimte is om te werken, voor wonen en vertier, maar waar ook oog is voor diversiteit en het verleden.
Ze houdt halt bij café Het Mandje, dat bijna honderd jaar geleden in handen kwam van de openlijk lesbische Bet van Beeren. ‘Het was een van de eerste cafés voor lhbtiq’ers. Het ziet er nog precies zo uit als vroeger.’

De naam van Bet van Beeren siert de ruit van Café ’t Mandje. Bron Lin Woldendorp voor de Volkskrant.

Vorig jaar is het café opgeleverd en sindsdien wordt het verhuurd voor een ‘maatschappelijke, lage prijs’. Erboven wordt nog gewerkt aan drie ‘logementjes’ voor de verhuur. ‘We hebben het geluk dat we van onze aandeelhouders het dividend weer mogen investeren in de straat. Maar het moet economisch natuurlijk wel uit kunnen. Met onze huurinkomsten houden we onze broek op.’
En soms springt de gemeente, die voor 90 procent aandeelhouder is, bij een nieuwe aankoop bij. Alberts staat inmiddels bij haar recentste grote aankoop op de Oudebrugsteeg. Om haar heen klinkt geboor, bouwvakkers lopen af en aan. In 2022 kocht ze hier voor 20 miljoen euro negen seksshops, cafés en kebabzaken. ‘Overal zaten vergunningen op, dus je koopt duur in.’
Het doel: dit historische straatje, gelegen tussen de Beurs van Berlage en Warmoesstraat, weer aantrekkelijk maken, zodat ook de Amsterdammer er weer wil komen én wonen. ‘Beneden blijven er winkels en cafés. De bovenverdiepingen stonden voorheen leeg, maar wij maken daar veertien woningen.’ Dat is belangrijk, stelt ze, ‘want met bewoners heb je bij nacht en ontij ogen in de buurt.’
Volgend jaar moet het klaar zijn. Sommige ondernemers, ‘zoals deze goede Italiaan’, blijven zitten. Anderen zijn al vertrokken, met een enkeling is ze nog ‘bezig’. ‘We hebben te maken met bestaande huurcontracten, die kan je niet zomaar opzeggen.’

Is het verantwoord om zo veel gemeenschapsgeld aan een steegje te besteden?
‘De kost gaat voor de baat uit, maar uiteindelijk wordt het vastgoed meer waard én je creëert maatschappelijke waarde. De Oudebrugsteeg is de toegang tot de oude, historische binnenstad, er komen woningen bij en de straat komt weer op de kaart.’
Daarnaast, vervolgt Alberts, biedt deze werkwijze de gemeente een manier om via het huurrecht invloed uit te oefenen op de stad. ‘Een overheid kan in principe alleen ingrijpen via het bestuurs- of strafrecht. Maar dan is het al misgegaan. Dan zijn er bijvoorbeeld al tien badeendjes- of Nutella-winkels in een straat, of zijn er vermoedens van witwassen. Als je op zo’n moment ingrijpt, ben je aan het terugploegen. Vaak een proces van jaren.
‘Met het huurrecht kunnen wij vooraf bedenken: wat voor stad willen we zijn en aan wie verhuur je? Je kunt strikte afspraken maken en je komt achter de gevel. Zo kan je veel meer en sneller invloed uitoefenen.’

U opereert in een oud, toeristisch stukje Amsterdam. Het is hier heel anders dan in andere gebieden waar de leefbaarheid onder druk staat. In hoeverre hebben anderen iets aan de lessen van NV Zeedijk?
‘Deze werkwijze is overal toepasbaar. Overal in Nederland zie ik plekken waarvan ik denk: hier zou je door middel van vastgoed de sociale cohesie kunnen verbeteren. We worden best vaak gevraagd voor adviezen. Een tijd geleden kwam ik bijvoorbeeld in een andere stad. Ik kende de wijk waarover het ging niet goed, dus ik stapte ’s ochtends vroeg in de trein. Ik heb eerst rondgekeken, koffie gedronken, ergens iets gekocht, voordat ik uren later een grote vergaderzaal binnenstapte.
‘Toen ik vertelde wat ik had gedaan, reageerde iemand: oh, maar dan was je in een coffeeshop. Ja, antwoordde ik: daar kan je ook koffie drinken. Ik vroeg: wie komt er wel eens in het gebied waar we het nu over hebben? Twee mensen staken hun hand op. Dan kan de rest naar huis, zei ik. En dat is wat ik vaak zie, ook bij politici: weet je wel waar je het over hebt? Ben je er zelf geweest?’

Een terras op de Zeedijk wordt aangekleed met rode zitkussens. Bron Lin Woldendorp voor de Volkskrant.

Kennen en gekend worden, daar draait het volgens Alberts om. Maar dat betekent ook dat het alleen werkt als je langdurig actief bent in een klein gebied.
Ze loopt inmiddels door de steegjes van de Wallen, langs panden die niet van haar zijn. Soms schudt ze haar hoofd. Bijvoorbeeld als ze de zoveelste friettent tegenkomt. ‘Al die tenten proberen mee te liften op het succes van de jongens van Fabelfriet. Je ziet dat als één ding succesvol is, binnen de kortste keren andere zaken volgen. Soms worden ze in een weekend omgebouwd’, zegt terwijl ze op een eettentje wijst. Op het raam staat nog Döner Kebab, maar de vitrines liggen vol chocoladewafels, met daarbovenop smarties, stroopwafels en snickers.

Wat haar betreft is dit stukje Amsterdam nog lang niet klaar.

 

 

40 jaar NV Zeedijk: hoe het was op de Zeedijk


Op 5 november bestaat de NV Zeedijk 40!
Een mooi moment om eens in de archieven te duiken. En daar kwamen wij een artikel tegen uit weekblad Panorama van 25 juni 1982.
Waar in 1982 de Zeedijk omschreven werd in de Panorama als “de gevaarlijkste plek van Nederland” kunnen wij nu zeggen dat er heel veel veranderd is sinds die tijd. En dat wij trots zijn op ons werk en de Zeedijk zoals deze nu is.
Toch willen we niemand dit mooie artikel uit de oude doos onthouden. Kijk en oordeel zelf: Artikel Panorama, 25 juni 1982

Artikel Parool over kunstwerk OZVBW 136

Gepubliceerd in het Parool op 23 september 2025 | Mohammed Guellaï.
Amsterdams kunstwerk werpt kritische blik op zeevaarder Cornelis Tromp: ‘Ik heb nu het gevoel dat ik er ook mag zijn’

Op de Oudezijds Voorburgwal hangt sinds kort een kunstwerk dat een deel van een gevelsteen met zeevaarder Cornelis Tromp bedekt. De kunstenaar hoopt dat voorbijgangers kritischer gaan kijken naar de rol van de controversiële admiraal in de Nederlandse geschiedenis. ‘We veranderen het perspectief.’


De gevelsteen van zeevaarder Cornelis Tromp gaat nu deels schuil achter een kunstwerk. Bron Nova den Hartog.

Lange tijd toonde de gevelsteen aan de Oudezijds Voorburgwal 136 een trotse Cornelis Tromp, de zeevaarder en admiraal die in de zeventiende eeuw opperbevelhebber werd van de Nederlandse vloot. Hij staat afgebeeld als een trotse en welvarende man; naast hem staat een zwart jongetje dat hem bewonderend aankijkt.
Maar sinds vorige week verstoort een zwarte ‘blinde vlek’ het zicht op de gevelsteen aan het pand in Amsterdam-Centrum. De vlek is een kunstwerk van Jerrold Saija. Met het werk wil de kunstenaar een nieuw perspectief bieden op de bekende zeevaarder. “Met mijn kunstwerk zoek ik naar interactie met publiek. Zij moeten letterlijk hun perspectief veranderen om de gevelsteen te kunnen zien.”
De vlek heeft de vorm van de handtekening van Cornelis Tromp. Deze handtekening komt uit brieven die zijn teruggevonden in het Nationaal Archief. Van een afstand is de gevelsteen nog steeds zonder problemen te zien.

Koloniale geschiedenis van Amsterdam
De Oudezijds Voorburgwal 136 is een voormalige handelslocatie die een centrale rol speelde in de koloniale geschiedenis van Amsterdam. In de directe omgeving werd handel gedreven, die deels afhankelijk was van slavernij en koloniale exploitatie. Volgens Janny Alberts, directeur van NV Zeedijk, pandeigenaar én initiatiefnemer van het kunstwerk, is het pand daarom een passende plek om aandacht te vragen voor de keerzijdes van die periode.
Saija: “Het werk herinnert ons aan de schaduwen die altijd aan macht zijn verbonden en aan de verantwoordelijkheid om die onder ogen te zien.”
Het kunstwerk is onderdeel van een breder project waarin erfgoed wordt aangevuld met inclusieve verhalen, zegt Alberts. “We wilden de gevelsteen aanvullen met iets wat ons laat nadenken over de geschiedenis en een dialoog stimuleert.”
Ze benaderde daarvoor verschillende kunstenaars. “Tijdens de onthulling van het kunstwerk zei iemand vorige week: ‘Ik heb nu het gevoel dat ik er ook mag zijn.’ Dat is wat kunst kan doen.”

Van J.P. Coenschool naar Indische Buurt School
Het kunstwerk op de gevelsteen van Cornelis Tromp sluit aan bij bredere maatschappelijke debatten over hoe Nederland omgaat met historische figuren uit het koloniale verleden. Steeds meer scholen en instellingen nemen afstand van namen die zijn verbonden met hoofdrolspelers uit de koloniale geschiedenis.
Zo besloot de Michiel de Ruyterschool in Amstelveen recent haar naam te veranderen, omdat de associatie met de zeventiende-eeuwse admiraal niet meer past bij de inclusieve identiteit van de school. In 2018 veranderde de J.P. Coenschool in Amsterdam-Oost haar naam naar De Indische Buurt School vanwege de omstreden rol die Coen in de koloniale geschiedenis speelde.
Op verzoek van de gemeenteraad maakte burgemeester Halsema in een toespraak tijdens de Nationale Herdenking Nederlands Slavernijverleden in 2021 officiële excuses voor de belangrijke rol die de stad en haar bestuurders hadden in de handel in mensen.

Het kunstwerk op de Oudezijds Voorburgwal is nu nog een testopstelling. Alberts wacht op bericht van de gemeente Amsterdam of het werk permanent mag blijven.

Lees het artikel hier: Artikel Parool