Al 45 jaar woont en werkt Ad de Jong in de Amsterdamse binnenstad. Hij maakte de buurt mee als krakersbolwerk, als kunstenaars blok, als plek waar je elkaar kende en problemen nog op straat werden uitgesproken. Toen het Blaauwlakenblok onder druk kwam te staan en ateliers dreigden te verdwijnen, stond hij mee op. Omdat hij zag wat er gebeurde wanneer huren stijgen en mensen vertrekken. Omdat hij wist wat het betekent als een buurt haar samenhang verliest.

Ad de Jong, buurtbewoner van de Amsterdamse binnenstad sinds 1980 en betrokken bij het Blaauwlakenblok: “Je laat geen geld liggen. Je laat fout geld liggen.”
Via een buurtbewoner kwam hij in contact met NV Zeedijk. Wat hem opviel, was een partij die door de straat liep. Die keek. Die gesprekken voerde. Die niet alleen naar panden en huuropbrengsten keek, maar naar mensen.
Wafelstraat
Hij zag hoe de Warmoesstraat veranderde in wat hij een ‘wafelstraat’ noemt: steeds hogere huren, steeds minder binding, steeds minder geschiedenis. En hij zag hoe de Zeedijk die beweging wist te temperen. Geen snelle opwaardering. Geen maximale huur als doel. Maar nadenken over wat een straat nodig heeft om zichzelf te blijven. Een melkboer in plaats van een wafelwinkel. Een café dat door Amsterdammers wordt gedragen. Een ondernemer die blijft, in plaats van elke paar jaar te wisselen. “Je laat geen geld liggen,” zegt hij. “Je laat fout geld liggen.”
Stabiliteit
Volgens Ad de Jong is dat het verschil. Niet alles eruit halen wat erin zit, maar kiezen voor stabiliteit. Voor samenhang. Voor een buurt die niet alleen economisch functioneert, maar sociaal blijft bestaan. En misschien is dat waarom de Zeedijk, ondanks alle druk van toerisme en vastgoedprijzen, nog steeds voelt als een straat waar mensen elkaar kennen en kunnen leven.