Verhalen
Zeedijkbewoner Basten Quaedvlieg over zijn buurt

Paradijsvogel van de Zeedijk

Er zijn ochtenden waarop hij langs de wasserette op de Nieuwmarkt loopt en mannen met hun kinderen in de rij ziet staan. Geen wasmachine. Wel een baan. Soms een scheiding. Soms een nieuw begin.

Hij noemt zichzelf een paradijsvogel. Maar hij ziet ook de tragiek die zich tussen de gevels afspeelt.

Basten, Rijksambtenaar en betrokken buurtbewoner: “Je moet hier wel heel extreem gedrag vertonen wil je buiten de boot vallen.”

Sinds 2012 woont Basten Quaedvlieg in een studio van NV Zeedijk. Een eerder aangeboden hoekwoning wees hij af. Te veel geluid. “Een klankkast,” noemt hij het nog steeds. Zijn huidige woning voelde meteen anders. Rustiger. Hier geen schreeuwende toeristen, maar, zoals hij het zelf omschrijft: “hoerenlopers die geen kabaal maken.” Een verrassend rustige vorm van stadsdrukte.

Thuis

Wat hij aantrof was een kale ruimte van ruw beton. Zijn vader reisde vanuit Heerlen naar Amsterdam om zeven dagen lang te helpen stucen en schilderen. Samen maakten ze er een thuis van.

In de jaren daarna leerde hij niet alleen zijn woning kennen, maar ook de buurt. Juist tijdens de coronaperiode ontstond er onverwacht iets menselijks tussen bewoners, ondernemers en vaste gezichten op straat. De bloemist in de Warmoesstraat. De bakker. De viswinkel. De wasserette op de Monnikenstraat. In een buurt die normaal gesproken nooit stilstaat, ontstond ineens ruimte voor gesprekken, herkenning en contact.

Dagelijkse realiteit

Basten ziet zichzelf niet meer weggaan. Omdat deze buurt hem verdraagt zoals hij is. Omdat diversiteit hier geen marketingwoord is maar dagelijkse realiteit. En omdat hij hoopt dat NV Zeedijk blijft doen wat ze moet doen: panden aankopen, renoveren, betaalbaar houden. Met respect voor de historische context en oog voor de mensen die hier leven. “Dit is geen Oud-Zuid,” zegt hij. En dat is precies de bedoeling.