Nieuws

Artikel Volkskrant over werkwijze NV Zeedijk

Dit weekend verscheen er een artikel in de Volkskrant, met een interview met Janny Alberts. Over grip op vastgoed door het sturen op branchering, leefbaarheid en leefomgeving, en over sociale cohesie.
Dit artikel is geschreven door Elsbeth Stoker, zij is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.
Gepubliceerd op 30 januari 2026. Het hele artikel lees je hier in de Volkskrant

Janny Alberts maakte van de Zeedijk haar levenswerk: ‘Als mensen die hier wonen bang worden op straat, is dat het failliet van je binnenstad’

Al veertig jaar werkt NV Zeedijk aan het herstel van de historische Zeedijk in Amsterdam. Met succes. En haar methode kan ook in andere wijken steden werken, zegt vertrekkend directeur Janny Alberts.

Janny Alberts op haar geliefde Zeedijk. Bron Lin Woldendorp voor de Volkskrant.

Het interview is nog geen tien minuten bezig als Janny Alberts (67) zegt: ‘We staan op een kantelpunt, een moment waarop we weer terug dreigen te gaan in de geschiedenis.’
De directeur van de NV Zeedijk zit op de zolder van haar kantoor in de historische binnenstad in Amsterdam. Hier is de afgelopen veertig jaar gewerkt aan het herstel van de Zeedijk, een van de oudste stukjes Amsterdam. In de jaren tachtig gold dit gebied, grenzend aan de Wallen, de Prins Hendrikkade en de Nieuwmarkt, als no-goarea.
‘Overal liepen heroïnejunks, panden waren verkrot. De postbode durfde er niet te komen’, zegt Alberts. ‘De gemeente had het gebied opgegeven, wilde er een hek omheen zetten. Maar een enkele bewoner en ondernemer zaten er nog. Zoals tante Aal van café Groningen. Ze is niet meer onder ons, maar zei altijd: ‘Ik heb me niet laten wegjagen door de Duitsers en ik laat me ook niet wegjagen door de junks.’ Zij en een groep anderen hebben in 1983 het stadhuis bezet, waspoeder rondgestrooid alsof het heroïne was en actie geëist.’
Die actie kwam er in 1985, in de vorm van NV Zeedijk, een naamloze vennootschap gefinancierd door de gemeente en banken. Meer dan 150 monumentale panden werden opgekocht en opgeknapt. Huurders en ondernemers werden zorgvuldig geselecteerd. Er werden buurtbrunches georganiseerd en hartjesdagen – een feest waarbij mannen verkleed gaan als vrouwen en vrouwen als mannen.
Inmiddels staat de Zeedijk te boek als een geliefd stukje binnenstad. Niet alleen heeft het strategisch opkopen en beheren van vastgoed door N.V. Zeedijk een positief effect gehad op de sfeer, ook de waarde van nabijgelegen panden ligt een stuk hoger dan elders in de buurt, variërend van 17 tot 27 procent, aldus recent onderzoek van de Vrije Universiteit.

Een rustige dag op de Zeedijk. Bron Lin Woldendorp voor de Volkskrant.

Maar tegelijkertijd dreigt het succes te verdampen: agressieve dealers zorgen in toenemende mate voor overlast in het Wallengebied, en dat merken ze ook op de Zeedijk. Laatst nog zag Alberts hoe een dealer een stelletje overhaalde iets te kopen. ‘Zo’n verliefd stelletje dat twijfelde. Druk pratend trok de dealer ze een steegje in. In no time stond de tweede dealer erbij. Op een hoekje keek ik ernaar. Opeens stond nummer drie pal voor mijn neus, om mij weg te jagen. Vroeger kon je dealers vragen: ga even ergens anders staan. Nu niet meer. Het is strak georganiseerd, en ze gaan intimiderend te werk.’
Afgelopen zomer schreef burgemeester Femke Halsema in een brief aan de gemeenteraad dat dit een ‘lastig, zo niet onmogelijk’ op te lossen probleem is zolang de toeristen blijven komen en er niet meer agenten, handhavers en hulpverleners beschikbaar zijn.
Ook Alberts erkent dat er ‘onmogelijk nóg meer politie in dit gebied gepompt kan worden’. Maar, waarschuwt ze, ‘als deze ontwikkeling zich doorzet en mensen die hier wonen en werken bang worden op straat, ben je bezig met het failliet van je binnenstad.’
Alberts is een optimistische, kordate verschijning. In 1999 begon de voormalige kraker – ‘Ik kan daardoor heel goed timmeren en lassen’ – bij NV Zeedijk. Aanvankelijk als secretaris, sinds 2007 als directeur. In maart zwaait ze af, al zal ze blijven werken als adviseur.

Aan de vooravond van uw vertrek ziet u het Wallengebied weer afglijden. Is het tij te keren?
‘De politie en de gemeente doen hun stinkende best, maar zolang er toeristen blijven komen, zal het probleem van agressieve dealers er ook zijn. Tegelijkertijd worden die gevoelens van onveiligheid bij bewoners niet alleen door de dealers veroorzaakt, maar ook door al die viezigheid op straat, en al die opengetrokken vuilniszakken.’
En daar kan de gemeente in haar ogen wél meer in doen.
Tijdens een wandeling door het Wallengebied laat Alberts zien waar het wel en niet goed gaat in dit deel van Amsterdam. En ze vertelt wat de impact is van NV Zeedijk, en waarom deze werkwijze ook geschikt is voor andere wijken en steden waar de leefbaarheid onder druk staat.
‘Dít’, zegt ze hoofdschuddend, ‘vind ik dus niet kunnen.’ Alberts staat stil bij de Oude Kerk, bij een stapeltje vuilniszakken, met daarnaast afgedankte huisraad. ‘Daarom sponsoren we de vrijwilligers van Wallen Schoon, opgericht door een inmiddels 80-jarige Amsterdammer. Ze maken de straten schoon, omdat de gemeente tekortschiet.’
‘Soms doen ze dat op een manier die formeel niet mag’, zegt Alberts. ‘Als een fiets staat te verkrotten, binden ze er een strikje omheen. Staat die er weken later nog, dan slijpen ze het slot open en halen ze hem weg. Deze burgerlijke ongehoorzaamheid vind ik fantastisch. Daarom sponsoren wij de slijptol.’
Wil je het tij te keren, dan moet je investeren in ondernemers en bewoners die ‘het vuur hebben’ er iets van te maken, heeft Alberts ervaren. ‘In een straat met veel sociale cohesie voel je je veilig, je kent en herkent elkaar. Op de plekken waar wij actief zijn, zitten we daarbovenop.’

Hoe beheer je sociale cohesie via vastgoed?
‘Wij werken volstrekt anders dan de corporate wereld. Wij proberen langdurig te investeren in mensen. Dat doen we door ons vastgoed heel actief te beheren. We kennen iedereen en we handhaven consequent op de afspraken.
‘Die moet de bewoner even achter het pand zetten’, zegt ze als ze een fiets ziet staan tegen een pui van een van ‘haar’ panden. ‘Dat geef ik zo even door.’ En even later: ‘Oh, en in die etalage hoort nu licht te branden.’
Het basisprincipe, vervolgt Alberts, ‘is best simpel. Eigenlijk lijkt het op het beheren van een school. In een klas kan je misschien drie kinderen aan met een rugzakje, maar zeven is te veel. Eén badeendjes-, Nutella- of stroopwafelwinkel is niet erg. Maar heb je er tien, dan is het een probleem. Je bent voortdurend aan het zoeken naar de juiste balans, een goede wisselwerking tussen bewoners, bezoekers en ondernemers, waarbij ook ruimte is voor zorgzaamheid.’
Hoe die balans er precies uitziet ‘is lastig te grijpen’, zegt Alberts. ‘Het klinkt soft, maar als je hier op de Zeedijk loopt, heb je waarschijnlijk een ander gevoel dan in menig andere straat in de binnenstad. Schoner, fijner, veiliger.’
Wil je bij NV Zeedijk een woning huren, dan begint dat met een motivatiebrief. Vervolgens kijkt Alberts team van vijf mensen of je in het bewonersprofiel past dat de buurt op dat moment nodig heeft. ‘Soms hebben we bijvoorbeeld een lichte voorkeur voor ouderen.’
Kandidaten worden vervolgens blind getrokken. Iedereen moet in aanmerking kunnen komen, is het idee. ‘Bijna alles wat we verhuren is monumentaal, dus we zouden de prijzen flink omhoog kunnen gooien. Maar we proberen de helft sociaal te houden.’

Een platenzaak op de Zeedijk heeft een eclectische collectie. Bron Lin Woldendorp voor de Volkskrant.

Ook ondernemers gaan door een ballotage. Vooraf moeten ze een ondernemingsplan indienen, inclusief foto’s en moodboard. Die wordt aan het contract geniet, zomaar daarvan afwijken is niet toegestaan. ‘Gebeurt dat wel, dan kunnen we ze daarop aanspreken en eventueel juridische actie ondernemen.’
Datzelfde geldt voor onderhuur: ook dat is verboden, net als rolluiken, die als ze ’s avonds gesloten zijn het gevoel geven dat de buurt uitgestorven is. Bovendien moet er altijd licht schijnen uit de etalages, zijn tv’s in cafés niet toegestaan, en is goedkoop indrinken tijdens happy hours in Alberts’ panden er allang niet meer bij.
Iedere huurder krijgt daarnaast een bezem cadeau. Want, is Alberts’ overtuiging: schoon blijft langer schoon en viezigheid trekt meer troep aan. Iedereen is daarvoor verantwoordelijk, vindt ze. Om die reden heeft NV Zeedijk ook een schilder in dienst, om te zorgen dat vandalistische graffiti zo snel mogelijk wordt verwijderd.
‘Ik wil het liefst dat de ondernemer zelf achter de toog staat, zodat deze ogen en oren heeft in de buurt. Wat je in de binnenstad veel ziet is dat een hoofdhuurder onderverhuurt aan iemand die het wéér onderverhuurt. De sloebers onderaan moeten voor die bovenste twee lagen ook geld verdienen. Dan ga je iets verkopen waarvan je denkt dat toeristen het willen.’

Hoe selecteer je welke ondernemer bij NV Zeedijk mag huren?
‘We kijken welk publiek je wilt aantrekken. Wij kijken daarom naar ondernemers die elkaar versterken, die bepaalde communities aantrekken. We verhuren aan kledingmerken zoals Patta, New Original en Smib, dat ook het Smibanese woordenboek voor straattaal heeft uitgegeven. Door zo’n pukkeltje van winkels te creëren, trek je een bepaalde groep, in dit geval jongeren, die zich verbonden voelen met de Amsterdamse straatcultuur.’
Uiteindelijk wil Alberts op de Zeedijk weerspiegeling zien ‘van wie we als Amsterdam zijn, maar ook van wie we waren’. Een open stad, waar ruimte is om te werken, voor wonen en vertier, maar waar ook oog is voor diversiteit en het verleden.
Ze houdt halt bij café Het Mandje, dat bijna honderd jaar geleden in handen kwam van de openlijk lesbische Bet van Beeren. ‘Het was een van de eerste cafés voor lhbtiq’ers. Het ziet er nog precies zo uit als vroeger.’

De naam van Bet van Beeren siert de ruit van Café ’t Mandje. Bron Lin Woldendorp voor de Volkskrant.

Vorig jaar is het café opgeleverd en sindsdien wordt het verhuurd voor een ‘maatschappelijke, lage prijs’. Erboven wordt nog gewerkt aan drie ‘logementjes’ voor de verhuur. ‘We hebben het geluk dat we van onze aandeelhouders het dividend weer mogen investeren in de straat. Maar het moet economisch natuurlijk wel uit kunnen. Met onze huurinkomsten houden we onze broek op.’
En soms springt de gemeente, die voor 90 procent aandeelhouder is, bij een nieuwe aankoop bij. Alberts staat inmiddels bij haar recentste grote aankoop op de Oudebrugsteeg. Om haar heen klinkt geboor, bouwvakkers lopen af en aan. In 2022 kocht ze hier voor 20 miljoen euro negen seksshops, cafés en kebabzaken. ‘Overal zaten vergunningen op, dus je koopt duur in.’
Het doel: dit historische straatje, gelegen tussen de Beurs van Berlage en Warmoesstraat, weer aantrekkelijk maken, zodat ook de Amsterdammer er weer wil komen én wonen. ‘Beneden blijven er winkels en cafés. De bovenverdiepingen stonden voorheen leeg, maar wij maken daar veertien woningen.’ Dat is belangrijk, stelt ze, ‘want met bewoners heb je bij nacht en ontij ogen in de buurt.’
Volgend jaar moet het klaar zijn. Sommige ondernemers, ‘zoals deze goede Italiaan’, blijven zitten. Anderen zijn al vertrokken, met een enkeling is ze nog ‘bezig’. ‘We hebben te maken met bestaande huurcontracten, die kan je niet zomaar opzeggen.’

Is het verantwoord om zo veel gemeenschapsgeld aan een steegje te besteden?
‘De kost gaat voor de baat uit, maar uiteindelijk wordt het vastgoed meer waard én je creëert maatschappelijke waarde. De Oudebrugsteeg is de toegang tot de oude, historische binnenstad, er komen woningen bij en de straat komt weer op de kaart.’
Daarnaast, vervolgt Alberts, biedt deze werkwijze de gemeente een manier om via het huurrecht invloed uit te oefenen op de stad. ‘Een overheid kan in principe alleen ingrijpen via het bestuurs- of strafrecht. Maar dan is het al misgegaan. Dan zijn er bijvoorbeeld al tien badeendjes- of Nutella-winkels in een straat, of zijn er vermoedens van witwassen. Als je op zo’n moment ingrijpt, ben je aan het terugploegen. Vaak een proces van jaren.
‘Met het huurrecht kunnen wij vooraf bedenken: wat voor stad willen we zijn en aan wie verhuur je? Je kunt strikte afspraken maken en je komt achter de gevel. Zo kan je veel meer en sneller invloed uitoefenen.’

U opereert in een oud, toeristisch stukje Amsterdam. Het is hier heel anders dan in andere gebieden waar de leefbaarheid onder druk staat. In hoeverre hebben anderen iets aan de lessen van NV Zeedijk?
‘Deze werkwijze is overal toepasbaar. Overal in Nederland zie ik plekken waarvan ik denk: hier zou je door middel van vastgoed de sociale cohesie kunnen verbeteren. We worden best vaak gevraagd voor adviezen. Een tijd geleden kwam ik bijvoorbeeld in een andere stad. Ik kende de wijk waarover het ging niet goed, dus ik stapte ’s ochtends vroeg in de trein. Ik heb eerst rondgekeken, koffie gedronken, ergens iets gekocht, voordat ik uren later een grote vergaderzaal binnenstapte.
‘Toen ik vertelde wat ik had gedaan, reageerde iemand: oh, maar dan was je in een coffeeshop. Ja, antwoordde ik: daar kan je ook koffie drinken. Ik vroeg: wie komt er wel eens in het gebied waar we het nu over hebben? Twee mensen staken hun hand op. Dan kan de rest naar huis, zei ik. En dat is wat ik vaak zie, ook bij politici: weet je wel waar je het over hebt? Ben je er zelf geweest?’

Een terras op de Zeedijk wordt aangekleed met rode zitkussens. Bron Lin Woldendorp voor de Volkskrant.

Kennen en gekend worden, daar draait het volgens Alberts om. Maar dat betekent ook dat het alleen werkt als je langdurig actief bent in een klein gebied.
Ze loopt inmiddels door de steegjes van de Wallen, langs panden die niet van haar zijn. Soms schudt ze haar hoofd. Bijvoorbeeld als ze de zoveelste friettent tegenkomt. ‘Al die tenten proberen mee te liften op het succes van de jongens van Fabelfriet. Je ziet dat als één ding succesvol is, binnen de kortste keren andere zaken volgen. Soms worden ze in een weekend omgebouwd’, zegt terwijl ze op een eettentje wijst. Op het raam staat nog Döner Kebab, maar de vitrines liggen vol chocoladewafels, met daarbovenop smarties, stroopwafels en snickers.

Wat haar betreft is dit stukje Amsterdam nog lang niet klaar.