Tag

vastgoed

Rentmeester van een straat

De eerste herinnering van Jan de Rooij aan de Zeedijk stamt uit zijn jeugd. Als jongen van tien reisde hij alleen met de trein naar Amsterdam om zijn oma te bezoeken, die op de Wallen woonde. Eén regel kreeg hij altijd mee: niet over de Zeedijk lopen.

Jan de Rooij, voorzitter van de Raad van Commissarissen van NV Zeedijk.

Dus nam hij de omweg via het Damrak en de Damstraat. Het was de jaren zeventig. De buurt voelde toen al anders. Jaren later, als student, woonde hij zelf in de Warmoesstraat. Begin jaren tachtig was de omgeving ruig. “Oorlogsgebied,” noemt hij het zonder omhaal. De verloedering van dichtbij meemaken liet hem zien wat er gebeurt wanneer handhaving en betrokkenheid verdwijnen uit een buurt.

Toch duurde het nog decennia voordat hij zich er echt bewust van werd dat NV Zeedijk die betrokkenheid had teruggebracht en verandering in gang had gezet. Bij zijn sollicitatie voor een plek in de Raad van Commissarissen, verdiepte hij zich in de geschiedenis van de organisatie en de manier waarop er jarenlang bewust is geïnvesteerd in de straat.

Wat hem vooral treft, is de methodische aanpak. Volgens De Rooij ligt de kracht van NV Zeedijk in het sturen op balans. Niet elk pand simpelweg verhuren aan wie het meeste betaalt, maar bewust kijken naar wat een straat nodig heeft. Een mix van functies. Verschillende soorten ondernemers. Levendigheid, zonder dat het doorslaat. “Een buurt kan best tegen een café of een coffeeshop,” zegt hij. “Maar niet tien naast elkaar.” Naast die keuzes in de plinten spelen ook onderhoud, vergroening en betrokken huurders een rol. Wie investeert in kwaliteit, ziet dat terug in gedrag op straat. Mensen gaan zorgvuldiger om met hun omgeving.

Voor De Rooij is NV Zeedijk daarom meer dan een vastgoedorganisatie. Het is een vorm van rentmeesterschap. Een manier om verantwoordelijkheid te nemen voor de leefbaarheid van een buurt. Want uiteindelijk, zegt hij, draait het niet om stenen. “Het gaat om de straat als geheel.”

Straat die je niet alleen de hoogste bieder gunt

Heleen Noijons schuift op 11 juni 2013 voor het eerst aan bij de aandeelhoudersvergadering van N.V. Zeedijk. Burgemeester Eberhard van der Laan zit aan tafel. De sfeer is gespannen. Er wordt openlijk gesproken over verkoop, fusie, revolverend maken. Waarom bestaat de Zeedijk eigenlijk nog? Kan het niet efficiënter? Groter? Goedkoper?

Het is niet bepaald een gezellige binnenkomer.

Toch blijft juist dát moment haar bij. Omdat ze daar voor het eerst van dichtbij ziet wat er werkelijk op het spel staat. Niet alleen vastgoed, maar een visie op een straat.

Want als het vastgoed versnipperd wordt verkocht aan de hoogste bieder, verandert niet alleen de eigenaar. Dan verandert de straat. Meer druk op schoonmaak. Meer druk op handhaving. Andere ondernemers. Minder samenhang.

“Je koopt balans niet,” zegt ze. “Die organiseer je.”

Juist dat georganiseerde evenwicht – niet verslonzen, maar ook niet veryuppen – maakt de Zeedijk tot wat ze is. Een straat waar sociale mix geen slogan is, maar dagelijkse praktijk.

Andere gemeenten bellen regelmatig: hoe krijgen wij ook een Zeedijk?

Het antwoord is minder romantisch dan de vraag. Je hebt visie nodig. En kapitaal. Vastgoed is kapitaalintensief. Maar belangrijker nog: je moet bereid zijn om soms níet voor de hoogste opbrengst te gaan.

Voor Heleen is dat geen ideologische keuze, maar een praktische. Sommige straten moet je beschermen tegen hun eigen succes. En sommige straten gun je simpelweg niet aan de hoogste bieder.

De kracht van direct contact

Toen Frits Harmsen vijftien jaar geleden begon als vertegenwoordiger van Ymere bij NV Zeedijk, rolde hij er min of meer vanzelf in. Zijn voorganger droeg het aandeelhouderschap over en daarmee ook de verantwoordelijkheid om namens de woningcorporatie mee te kijken naar het functioneren van de organisatie. Professioneel gezien was het helder: als aandeelhouder let je op de continuïteit, stel je financiële vragen en bewaak je het belang van de organisatie die je vertegenwoordigt. Maar al snel merkte hij dat zijn betrokkenheid verder ging dan dat.

Frits Harmsen, Treasurer bij woningcorporatie Ymere en sinds vijftien jaar aandeelhouder van N.V. Zeedijk namens de organisatie: “Een leefbare straat ontstaat niet vanzelf. Daar moet je elke dag opnieuw aan werken.”

Want NV Zeedijk is meer dan een vennootschap met aandeelhouders. Het is een organisatie die een stuk stad heeft veranderd. Waar ooit criminaliteit en verloedering het straatbeeld bepaalden, ontstond langzaam een buurt waar mensen graag wonen, werken en doorheen lopen. Voor Harmsen werd het volgen van dat proces iets waar hij met oprechte interesse naar keek.

Concreet

Wat hem vooral opvalt, is hoe concreet het werk van de organisatie soms is. Het kan gaan om grote investeringen in panden, maar net zo goed om kleine dingen die het verschil maken: snel graffiti verwijderen, huurders aanspreken, ondernemers betrekken bij de straat. Juist dat directe contact zoals het kennen van de huurders en het snel kunnen handelen, ziet hij als een van de sterke kanten van een relatief kleine organisatie.

Tegelijkertijd ziet hij ook de uitdagingen van deze tijd. De vastgoedprijzen zijn enorm gestegen en het wordt steeds moeilijker om panden aan te kopen. Soms wint het geld dat minder goede bedoelingen heeft het simpelweg van partijen die de buurt willen verbeteren.

Kracht

Toch blijft zijn overtuiging eenvoudig. Zoals woningcorporaties al meer dan een eeuw bouwen en verhuren om buurten leefbaar te houden, zo ligt ook voor N.V. Zeedijk de kracht in het blijven doen waar ze ooit voor is opgericht: zorgen dat de binnenstad een plek blijft waar mensen komen en ook prettig kunnen leven.

 

 

NV Zeedijk & het nieuwe coalitieakkoord

Vanuit onze rol als maatschappelijke vastgoedbeheerder in het Wallengebied hebben wij het nieuwe coalitieakkoord van de gemeente Amsterdam met belangstelling gelezen. Voor NV Zeedijk staat daarbij één vraag centraal: wat betekenen de voorgestelde maatregelen voor bewoners, ondernemers en bezoekers van de binnenstad? Uiteindelijk draait het voor ons immers om de leefbaarheid van de buurt en de mensen die hier wonen, werken en vertieren.

Deze week hebben wij op onze social mediakanalen steeds één onderwerp uitgelicht dat voor ons van bijzonder belang is. Hieronder vatten wij ze samen.

Een schone stad

De nieuwe coalitie zet stevig in op een schonere stad. Dat gebeurt onder meer door een centrale organisatie voor schoonbeheer, extra inzet op reiniging, betere informatievoorziening en – waar nodig – strengere handhaving.

Wie een bezem nodig heeft, kan deze altijd ophalen bij ons kantoor: Zeedijk 47.

Voor het intensief gebruikte Wallengebied is dit van groot belang. Een schone en verzorgde openbare ruimte draagt direct bij aan de leefbaarheid, veiligheid en uitstraling van de buurt. Bewoners, ondernemers en bezoekers profiteren daar allemaal van.

Het afschaffen van het reinigingsrecht voor ondernemers is een maatregel die voor onze huurders gevolgen heeft. NV Zeedijk onderzoekt daarom samen met de BIZ Zeedijk hoe initiatieven zoals Oscar Circulair toegankelijker kunnen worden gemaakt voor ondernemers in het gebied.

Tegelijkertijd blijft een schone buurt een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Wie daarom een bezem nodig heeft, kan deze altijd bij ons ophalen!

Vergroening en kwaliteit van de openbare ruimte

Een ander belangrijk thema in het coalitieakkoord is de ambitie om meer ruimte te creëren voor vergroening, recreatie en ontmoeting.

In de historische binnenstad is ruimte schaars. Juist daarom kan iedere vierkante meter die wordt ingezet voor vergroening of verblijfskwaliteit een merkbaar verschil maken voor bewoners en bezoekers. Meer groen draagt niet alleen bij aan een aantrekkelijkere omgeving, maar ook aan een gezondere en klimaatbestendige stad.

Tegelijkertijd vraagt dit om een zorgvuldige afweging. Een leefbare binnenstad ontstaat door een goede balans tussen wonen, werken, recreëren en ondernemen. Vergroening moet daarom hand in hand gaan met economische vitaliteit en ruimte voor ondernemerschap.

Het coalitieakkoord van de gemeente Amsterdam.

In dat kader zien wij ook kansen in de vergunningsplicht. Deze biedt mogelijkheden om ontwikkelingen in de buurt beter te begeleiden en ongewenste concentraties van functies te voorkomen. Wij denken graag mee over de verdere uitwerking hiervan en hoe de vergunningsplicht kan bijdragen aan een leefbare en toekomstbestendige binnenstad.

Aandacht voor schuldenproblematiek

De verbetering van de schuldhulpverlening en de aanpak van schulden krijgt eveneens nadrukkelijk aandacht in het coalitieakkoord. Financiële problemen hebben vaak verstrekkende gevolgen voor bewoners en hun directe omgeving. Vanuit onze dagelijkse praktijk zien wij hoe belangrijk het is dat ondersteuning laagdrempelig, toegankelijk en tijdig beschikbaar is.

Een betere samenwerking tussen gemeente, maatschappelijke organisaties en andere betrokken partijen kan ervoor zorgen dat problemen eerder worden gesignaleerd en aangepakt. Dat is niet alleen in het belang van individuele bewoners, maar draagt ook bij aan een stabiele en veerkrachtige buurt.

Structurele versterking van het vastgoedfonds

Voor NV Zeedijk is de structurele aanvulling van het gemeentelijke vastgoedfonds, als onderdeel van de Aanpak Binnenstad, een van de meest betekenisvolle onderdelen van het coalitieakkoord.

Dankzij dit fonds blijft het mogelijk om panden te verwerven, functies te transformeren en gericht te investeren in een evenwichtige ontwikkeling van de binnenstad. Ook voor onze strategische partners Stadsgoed en Stadsherstel is dit een belangrijk signaal. Het bevestigt dat de gemeente maatschappelijke vastgoedpartijen ziet als een waardevol instrument om langdurig te investeren in leefbaarheid, betaalbaarheid, erfgoed en diversiteit.

Conclusie: Vastgoed is een middel voor verbetering van leefbaarheid van de buurt

Het coalitieakkoord bevat verschillende aanknopingspunten die aansluiten bij de missie van NV Zeedijk. Of het nu gaat om een schonere openbare ruimte, meer vergroening, een betere ondersteuning van bewoners met schulden of de versterking van het vastgoedfonds: uiteindelijk draait het om de kwaliteit van de stad en de mensen die er wonen, werken en vertieren.

Als maatschappelijke vastgoedorganisatie blijven wij ons inzetten voor een leefbare, veilige en economisch vitale binnenstad. Vastgoed is daarbij geen doel op zich, maar een middel om de buurt sterker, diverser en toekomstbestendig te maken.

Dat is de opdracht waar wij ons ook de komende jaren met overtuiging voor blijven inzetten – samen met de gemeente, bewoners, ondernemers en maatschappelijke partners.

 

Interview Janny Alberts op Bouwstenen.nl

Janny Alberts, voormalige directeur van NV Zeedijk.

Op de website Bouwstenen.nl is een interview te lezen met voormalig NV Zeedijk-directeur Janny Alberts. Zij vertelt hoe NV Zeedijk al veertig jaar verschil maakt door de omgeving leefbaar te maken.

Ga naar Bouwstenen.nl of lees het hieronder.

Vastgoed hebben helpt

“Door vastgoed in eigendom te hebben, kan je echt sturen op de ontwikkeling van een wijk”, zegt Janny Alberts, voormalig directeur NV Zeedijk. “Gebruik dat vastgoed actief, kies je huurders en zit er dicht op. Daarmee kun je als gemeente echt het verschil maken.”

Janny Alberts, voormalige directeur van NV Zeedijk.

Janny Alberts, voormalige directeur van NV Zeedijk.

Herstel door ingrijpen

De Zeedijk zorgde lange tijd voor veel overlast. Janny: “Voordat wij in beeld kwamen, dacht de gemeente er serieus over na om een hek rond de wijk te zetten. De problemen waren te complex om alleen met handhaving op te lossen.”

“De gemeente heeft uiteindelijk besloten om geld te steken in een NV (naamloze vennootschap). Samen met banken is geld bijeengebracht en is een publiek-private samenwerking opgezet. Er zijn diverse panden gekocht om de buurt structureel te verbeteren. Wij beheren en ontwikkelen nu 154 panden in het gebied. Wij zijn daarbij teruggekeerd naar de oorspronkelijke structuur: bedrijvigheid in de plint en woningen daarboven.”

Actief sturen

Volgens Janny ligt er een belangrijke les voor gemeenten: “Wacht niet te lang en durf in te grijpen. Door zelf vastgoed in positie te brengen, kun je echt sturen op de ontwikkeling van een wijk. Dat vastgoed alleen beheren is niet genoeg. We kopen aan, knappen op en verduurzamen. Boven wonen mensen, onder zitten ondernemers die passen bij de buurt.”

“Je verdient zo’n aanpak niet direct terug in euro’s. Maar het levert wel waarde op voor de gemeenschap. Dat is precies waar maatschappelijk vastgoed om draait”, vertelt Janny. Ze ziet dat gemeenten vaak sturen op financiële prestaties, terwijl de echte opbrengst ergens anders zit. “De effecten zijn lastig meetbaar, maar je ziet ze wel. De buurt knapt op, vastgoedprijzen stijgen en bewoners voelen zich meer verantwoordelijk voor hun omgeving. Dat draagt direct bij aan veiligheid en leefbaarheid en vergroot de sociale cohesie in de buurt.”

Janny: “Bij het bezit van vastgoed werk je vanuit privaatrechtelijke afspraken, namelijk het huurrecht. Dat huurrecht biedt extra mogelijkheden bovenop het bestuursrecht. Maak daar gebruik van”.

Sturen via huurcontracten

De grootste invloed zit volgens Janny aan de voorkant: bij het kiezen van huurders. “Wij bepalen vooraf wat wij in de wijk willen hebben. Het ondernemingsplan koppelen wij direct aan het huurcontract. Zo sturen wij op de functies die bijdragen aan de buurt. Huurders selecteren wij op basis van wat de wijk nodig heeft. Als wij een bepaald type winkel willen behouden, met de huurcontracten zoals we met onze huurders hebben afgesproken, kunnen we andere invullingen weigeren.”

Ook juridisch sturen ze actief. Janny: “Via instrumenten zoals een indeplaatsstelling houden wij regie. Bij verkoop van een onderneming stemmen wij niet automatisch in met een nieuwe huurder. Zo bepalen wij wie zich daadwerkelijk vestigt. Door bewust te kiezen wie je wel en niet toelaat, blijft de balans in de wijk behouden. Zo borg je de maatschappelijke meerwaarde van je vastgoed. Veel gemeenten benutten die mogelijkheden nog onvoldoende. Terwijl je hiermee direct invloed hebt op het straatbeeld en de kwaliteit van een gebied.”

Aanwezig in de wijk

De Zeedijk in Amsterdam.

De Zeedijk in Amsterdam.

Een veilige wijk begint volgens Janny met aanwezigheid. “Wij zitten met ons kantoor midden in het gebied. Bewoners en ondernemers lopen makkelijk binnen en wij zien direct wat er speelt. Door niet vanachter ons bureau te beheren, maar juist door dichtbij te zijn, kunnen we snel schakelen en problemen klein houden.”

Die nabijheid vraagt om actief handelen. Janny: “Wij lopen dagelijks door de wijk. Als wij iets zien dat niet klopt, spreken we mensen direct aan. Dat lik-op-stuk beleid werkt. Je laat zien dat je betrokken bent en dat gedrag niet vrijblijvend is.”

Ook signalering speelt een grote rol. Janny: “Bij vermoedens van illegale verhuur vangen wij signalen snel op. Wij kennen de mensen en horen wat er speelt. Ook nodigen wij huurders uit en benoemen wat we zien. Vaak stopt het ongewenste gedrag dan meteen. Vanuit onze positie confronteren wij huurders soms ook met een gerucht. Wij zijn alleen de ‘boodschapper’. Wij wachten niet af tot iets ‘bewezen’ is.”

Investeer in relaties

Naast actieve aanwezigheid zet NV Zeedijk in op verbinding met de buurt. Janny: “Wij organiseren activiteiten en zijn ook langs die weg heel aanwezig. Daardoor bouwen wij een relatie op met bewoners en ondernemers.” Die relatie betaalt zich terug in de uitvoering. “Mensen werken sneller mee als ze je kennen. Dat merken we bijvoorbeeld bij verduurzaming. Projecten gaan soepeler en sneller, omdat er vertrouwen is. Projecten kosten daarmee ook minder geld.”

Volgens Janny betekent dit dat gemeenten niet alleen moeten sturen op stenen, maar ook moeten investeren in samenwerking en relaties. Taken die je als gemeente niet zelf kunt uitvoeren, kun je organiseren via constructies zoals statuten of aandeelhouderschap, zodat je wel betrokken en invloedrijk blijft. “Investeer vooral in contact. Goed beheer is óók maatschappelijk beheer. Juist dat maakt uiteindelijk het verschil in een wijk.”

NV Zeedijk heeft een waarden onderzoek laten uitvoeren door de Vrije Universiteit Amsterdam. Daaruit blijkt dat maatschappelijke waarde ook economische winst oplevert.

Meer informatie 

Website: NV Zeedijk
Rapport: De maatschappelijke meerwaarde van NV Zeedijk
Webinfo: Huur en medegebruik

Artikel Volkskrant over werkwijze NV Zeedijk

Dit weekend verscheen er een artikel in de Volkskrant, met een interview met Janny Alberts. Over grip op vastgoed door het sturen op branchering, leefbaarheid en leefomgeving, en over sociale cohesie.
Dit artikel is geschreven door Elsbeth Stoker, zij is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.
Gepubliceerd op 30 januari 2026. Het hele artikel lees je hier in de Volkskrant

Janny Alberts maakte van de Zeedijk haar levenswerk: ‘Als mensen die hier wonen bang worden op straat, is dat het failliet van je binnenstad’

Al veertig jaar werkt NV Zeedijk aan het herstel van de historische Zeedijk in Amsterdam. Met succes. En haar methode kan ook in andere wijken steden werken, zegt vertrekkend directeur Janny Alberts.

Janny Alberts op haar geliefde Zeedijk. Bron Lin Woldendorp voor de Volkskrant.

Het interview is nog geen tien minuten bezig als Janny Alberts (67) zegt: ‘We staan op een kantelpunt, een moment waarop we weer terug dreigen te gaan in de geschiedenis.’
De directeur van de NV Zeedijk zit op de zolder van haar kantoor in de historische binnenstad in Amsterdam. Hier is de afgelopen veertig jaar gewerkt aan het herstel van de Zeedijk, een van de oudste stukjes Amsterdam. In de jaren tachtig gold dit gebied, grenzend aan de Wallen, de Prins Hendrikkade en de Nieuwmarkt, als no-goarea.
‘Overal liepen heroïnejunks, panden waren verkrot. De postbode durfde er niet te komen’, zegt Alberts. ‘De gemeente had het gebied opgegeven, wilde er een hek omheen zetten. Maar een enkele bewoner en ondernemer zaten er nog. Zoals tante Aal van café Groningen. Ze is niet meer onder ons, maar zei altijd: ‘Ik heb me niet laten wegjagen door de Duitsers en ik laat me ook niet wegjagen door de junks.’ Zij en een groep anderen hebben in 1983 het stadhuis bezet, waspoeder rondgestrooid alsof het heroïne was en actie geëist.’
Die actie kwam er in 1985, in de vorm van NV Zeedijk, een naamloze vennootschap gefinancierd door de gemeente en banken. Meer dan 150 monumentale panden werden opgekocht en opgeknapt. Huurders en ondernemers werden zorgvuldig geselecteerd. Er werden buurtbrunches georganiseerd en hartjesdagen – een feest waarbij mannen verkleed gaan als vrouwen en vrouwen als mannen.
Inmiddels staat de Zeedijk te boek als een geliefd stukje binnenstad. Niet alleen heeft het strategisch opkopen en beheren van vastgoed door N.V. Zeedijk een positief effect gehad op de sfeer, ook de waarde van nabijgelegen panden ligt een stuk hoger dan elders in de buurt, variërend van 17 tot 27 procent, aldus recent onderzoek van de Vrije Universiteit.

Een rustige dag op de Zeedijk. Bron Lin Woldendorp voor de Volkskrant.

Maar tegelijkertijd dreigt het succes te verdampen: agressieve dealers zorgen in toenemende mate voor overlast in het Wallengebied, en dat merken ze ook op de Zeedijk. Laatst nog zag Alberts hoe een dealer een stelletje overhaalde iets te kopen. ‘Zo’n verliefd stelletje dat twijfelde. Druk pratend trok de dealer ze een steegje in. In no time stond de tweede dealer erbij. Op een hoekje keek ik ernaar. Opeens stond nummer drie pal voor mijn neus, om mij weg te jagen. Vroeger kon je dealers vragen: ga even ergens anders staan. Nu niet meer. Het is strak georganiseerd, en ze gaan intimiderend te werk.’
Afgelopen zomer schreef burgemeester Femke Halsema in een brief aan de gemeenteraad dat dit een ‘lastig, zo niet onmogelijk’ op te lossen probleem is zolang de toeristen blijven komen en er niet meer agenten, handhavers en hulpverleners beschikbaar zijn.
Ook Alberts erkent dat er ‘onmogelijk nóg meer politie in dit gebied gepompt kan worden’. Maar, waarschuwt ze, ‘als deze ontwikkeling zich doorzet en mensen die hier wonen en werken bang worden op straat, ben je bezig met het failliet van je binnenstad.’
Alberts is een optimistische, kordate verschijning. In 1999 begon de voormalige kraker – ‘Ik kan daardoor heel goed timmeren en lassen’ – bij NV Zeedijk. Aanvankelijk als secretaris, sinds 2007 als directeur. In maart zwaait ze af, al zal ze blijven werken als adviseur.

Aan de vooravond van uw vertrek ziet u het Wallengebied weer afglijden. Is het tij te keren?
‘De politie en de gemeente doen hun stinkende best, maar zolang er toeristen blijven komen, zal het probleem van agressieve dealers er ook zijn. Tegelijkertijd worden die gevoelens van onveiligheid bij bewoners niet alleen door de dealers veroorzaakt, maar ook door al die viezigheid op straat, en al die opengetrokken vuilniszakken.’
En daar kan de gemeente in haar ogen wél meer in doen.
Tijdens een wandeling door het Wallengebied laat Alberts zien waar het wel en niet goed gaat in dit deel van Amsterdam. En ze vertelt wat de impact is van NV Zeedijk, en waarom deze werkwijze ook geschikt is voor andere wijken en steden waar de leefbaarheid onder druk staat.
‘Dít’, zegt ze hoofdschuddend, ‘vind ik dus niet kunnen.’ Alberts staat stil bij de Oude Kerk, bij een stapeltje vuilniszakken, met daarnaast afgedankte huisraad. ‘Daarom sponsoren we de vrijwilligers van Wallen Schoon, opgericht door een inmiddels 80-jarige Amsterdammer. Ze maken de straten schoon, omdat de gemeente tekortschiet.’
‘Soms doen ze dat op een manier die formeel niet mag’, zegt Alberts. ‘Als een fiets staat te verkrotten, binden ze er een strikje omheen. Staat die er weken later nog, dan slijpen ze het slot open en halen ze hem weg. Deze burgerlijke ongehoorzaamheid vind ik fantastisch. Daarom sponsoren wij de slijptol.’
Wil je het tij te keren, dan moet je investeren in ondernemers en bewoners die ‘het vuur hebben’ er iets van te maken, heeft Alberts ervaren. ‘In een straat met veel sociale cohesie voel je je veilig, je kent en herkent elkaar. Op de plekken waar wij actief zijn, zitten we daarbovenop.’

Hoe beheer je sociale cohesie via vastgoed?
‘Wij werken volstrekt anders dan de corporate wereld. Wij proberen langdurig te investeren in mensen. Dat doen we door ons vastgoed heel actief te beheren. We kennen iedereen en we handhaven consequent op de afspraken.
‘Die moet de bewoner even achter het pand zetten’, zegt ze als ze een fiets ziet staan tegen een pui van een van ‘haar’ panden. ‘Dat geef ik zo even door.’ En even later: ‘Oh, en in die etalage hoort nu licht te branden.’
Het basisprincipe, vervolgt Alberts, ‘is best simpel. Eigenlijk lijkt het op het beheren van een school. In een klas kan je misschien drie kinderen aan met een rugzakje, maar zeven is te veel. Eén badeendjes-, Nutella- of stroopwafelwinkel is niet erg. Maar heb je er tien, dan is het een probleem. Je bent voortdurend aan het zoeken naar de juiste balans, een goede wisselwerking tussen bewoners, bezoekers en ondernemers, waarbij ook ruimte is voor zorgzaamheid.’
Hoe die balans er precies uitziet ‘is lastig te grijpen’, zegt Alberts. ‘Het klinkt soft, maar als je hier op de Zeedijk loopt, heb je waarschijnlijk een ander gevoel dan in menig andere straat in de binnenstad. Schoner, fijner, veiliger.’
Wil je bij NV Zeedijk een woning huren, dan begint dat met een motivatiebrief. Vervolgens kijkt Alberts team van vijf mensen of je in het bewonersprofiel past dat de buurt op dat moment nodig heeft. ‘Soms hebben we bijvoorbeeld een lichte voorkeur voor ouderen.’
Kandidaten worden vervolgens blind getrokken. Iedereen moet in aanmerking kunnen komen, is het idee. ‘Bijna alles wat we verhuren is monumentaal, dus we zouden de prijzen flink omhoog kunnen gooien. Maar we proberen de helft sociaal te houden.’

Een platenzaak op de Zeedijk heeft een eclectische collectie. Bron Lin Woldendorp voor de Volkskrant.

Ook ondernemers gaan door een ballotage. Vooraf moeten ze een ondernemingsplan indienen, inclusief foto’s en moodboard. Die wordt aan het contract geniet, zomaar daarvan afwijken is niet toegestaan. ‘Gebeurt dat wel, dan kunnen we ze daarop aanspreken en eventueel juridische actie ondernemen.’
Datzelfde geldt voor onderhuur: ook dat is verboden, net als rolluiken, die als ze ’s avonds gesloten zijn het gevoel geven dat de buurt uitgestorven is. Bovendien moet er altijd licht schijnen uit de etalages, zijn tv’s in cafés niet toegestaan, en is goedkoop indrinken tijdens happy hours in Alberts’ panden er allang niet meer bij.
Iedere huurder krijgt daarnaast een bezem cadeau. Want, is Alberts’ overtuiging: schoon blijft langer schoon en viezigheid trekt meer troep aan. Iedereen is daarvoor verantwoordelijk, vindt ze. Om die reden heeft NV Zeedijk ook een schilder in dienst, om te zorgen dat vandalistische graffiti zo snel mogelijk wordt verwijderd.
‘Ik wil het liefst dat de ondernemer zelf achter de toog staat, zodat deze ogen en oren heeft in de buurt. Wat je in de binnenstad veel ziet is dat een hoofdhuurder onderverhuurt aan iemand die het wéér onderverhuurt. De sloebers onderaan moeten voor die bovenste twee lagen ook geld verdienen. Dan ga je iets verkopen waarvan je denkt dat toeristen het willen.’

Hoe selecteer je welke ondernemer bij NV Zeedijk mag huren?
‘We kijken welk publiek je wilt aantrekken. Wij kijken daarom naar ondernemers die elkaar versterken, die bepaalde communities aantrekken. We verhuren aan kledingmerken zoals Patta, New Original en Smib, dat ook het Smibanese woordenboek voor straattaal heeft uitgegeven. Door zo’n pukkeltje van winkels te creëren, trek je een bepaalde groep, in dit geval jongeren, die zich verbonden voelen met de Amsterdamse straatcultuur.’
Uiteindelijk wil Alberts op de Zeedijk weerspiegeling zien ‘van wie we als Amsterdam zijn, maar ook van wie we waren’. Een open stad, waar ruimte is om te werken, voor wonen en vertier, maar waar ook oog is voor diversiteit en het verleden.
Ze houdt halt bij café Het Mandje, dat bijna honderd jaar geleden in handen kwam van de openlijk lesbische Bet van Beeren. ‘Het was een van de eerste cafés voor lhbtiq’ers. Het ziet er nog precies zo uit als vroeger.’

De naam van Bet van Beeren siert de ruit van Café ’t Mandje. Bron Lin Woldendorp voor de Volkskrant.

Vorig jaar is het café opgeleverd en sindsdien wordt het verhuurd voor een ‘maatschappelijke, lage prijs’. Erboven wordt nog gewerkt aan drie ‘logementjes’ voor de verhuur. ‘We hebben het geluk dat we van onze aandeelhouders het dividend weer mogen investeren in de straat. Maar het moet economisch natuurlijk wel uit kunnen. Met onze huurinkomsten houden we onze broek op.’
En soms springt de gemeente, die voor 90 procent aandeelhouder is, bij een nieuwe aankoop bij. Alberts staat inmiddels bij haar recentste grote aankoop op de Oudebrugsteeg. Om haar heen klinkt geboor, bouwvakkers lopen af en aan. In 2022 kocht ze hier voor 20 miljoen euro negen seksshops, cafés en kebabzaken. ‘Overal zaten vergunningen op, dus je koopt duur in.’
Het doel: dit historische straatje, gelegen tussen de Beurs van Berlage en Warmoesstraat, weer aantrekkelijk maken, zodat ook de Amsterdammer er weer wil komen én wonen. ‘Beneden blijven er winkels en cafés. De bovenverdiepingen stonden voorheen leeg, maar wij maken daar veertien woningen.’ Dat is belangrijk, stelt ze, ‘want met bewoners heb je bij nacht en ontij ogen in de buurt.’
Volgend jaar moet het klaar zijn. Sommige ondernemers, ‘zoals deze goede Italiaan’, blijven zitten. Anderen zijn al vertrokken, met een enkeling is ze nog ‘bezig’. ‘We hebben te maken met bestaande huurcontracten, die kan je niet zomaar opzeggen.’

Is het verantwoord om zo veel gemeenschapsgeld aan een steegje te besteden?
‘De kost gaat voor de baat uit, maar uiteindelijk wordt het vastgoed meer waard én je creëert maatschappelijke waarde. De Oudebrugsteeg is de toegang tot de oude, historische binnenstad, er komen woningen bij en de straat komt weer op de kaart.’
Daarnaast, vervolgt Alberts, biedt deze werkwijze de gemeente een manier om via het huurrecht invloed uit te oefenen op de stad. ‘Een overheid kan in principe alleen ingrijpen via het bestuurs- of strafrecht. Maar dan is het al misgegaan. Dan zijn er bijvoorbeeld al tien badeendjes- of Nutella-winkels in een straat, of zijn er vermoedens van witwassen. Als je op zo’n moment ingrijpt, ben je aan het terugploegen. Vaak een proces van jaren.
‘Met het huurrecht kunnen wij vooraf bedenken: wat voor stad willen we zijn en aan wie verhuur je? Je kunt strikte afspraken maken en je komt achter de gevel. Zo kan je veel meer en sneller invloed uitoefenen.’

U opereert in een oud, toeristisch stukje Amsterdam. Het is hier heel anders dan in andere gebieden waar de leefbaarheid onder druk staat. In hoeverre hebben anderen iets aan de lessen van NV Zeedijk?
‘Deze werkwijze is overal toepasbaar. Overal in Nederland zie ik plekken waarvan ik denk: hier zou je door middel van vastgoed de sociale cohesie kunnen verbeteren. We worden best vaak gevraagd voor adviezen. Een tijd geleden kwam ik bijvoorbeeld in een andere stad. Ik kende de wijk waarover het ging niet goed, dus ik stapte ’s ochtends vroeg in de trein. Ik heb eerst rondgekeken, koffie gedronken, ergens iets gekocht, voordat ik uren later een grote vergaderzaal binnenstapte.
‘Toen ik vertelde wat ik had gedaan, reageerde iemand: oh, maar dan was je in een coffeeshop. Ja, antwoordde ik: daar kan je ook koffie drinken. Ik vroeg: wie komt er wel eens in het gebied waar we het nu over hebben? Twee mensen staken hun hand op. Dan kan de rest naar huis, zei ik. En dat is wat ik vaak zie, ook bij politici: weet je wel waar je het over hebt? Ben je er zelf geweest?’

Een terras op de Zeedijk wordt aangekleed met rode zitkussens. Bron Lin Woldendorp voor de Volkskrant.

Kennen en gekend worden, daar draait het volgens Alberts om. Maar dat betekent ook dat het alleen werkt als je langdurig actief bent in een klein gebied.
Ze loopt inmiddels door de steegjes van de Wallen, langs panden die niet van haar zijn. Soms schudt ze haar hoofd. Bijvoorbeeld als ze de zoveelste friettent tegenkomt. ‘Al die tenten proberen mee te liften op het succes van de jongens van Fabelfriet. Je ziet dat als één ding succesvol is, binnen de kortste keren andere zaken volgen. Soms worden ze in een weekend omgebouwd’, zegt terwijl ze op een eettentje wijst. Op het raam staat nog Döner Kebab, maar de vitrines liggen vol chocoladewafels, met daarbovenop smarties, stroopwafels en snickers.

Wat haar betreft is dit stukje Amsterdam nog lang niet klaar.